01 Referentienetwerk
Onze stations staan waar klanten daadwerkelijk werken, niet waar een kaart zegt dat ze moeten staan. Nieuwe locaties kiezen we op basis van verbindingsdata van bestaande klanten — daar waar uitbreiding het verschil maakt voor de fix.
02 Redundante NTRIP-servers
De correctiestream draait op meerdere geografisch gescheiden NTRIP-servers. Valt er één uit, dan loopt de stream door op de andere — zonder dat je client opnieuw hoeft te verbinden.
03 Actieve monitoring
We kijken mee per ontvanger. Als een fix wegzakt naar single of te vaak naar float gaat, krijgen wij een alarm. Op dit moment lossen we dat zelf op; we werken naar directe melding aan jou toe — zonder doodspammen.
04 Zonnestorm en ionosfeer
Zware zonneactiviteit kan GNSS en RTK tijdelijk minder voorspelbaar maken. We volgen publieke space-weather data en correleren die met onze eigen netwerksignalen. Bij G2/G3-events zien we het direct, en willen we klanten daar straks proactief over waarschuwen.
05 Consistente stationhardware
Onze referentiestations draaien op identieke spec. Elk station gebruikt een multi-frequency, multi-constellation GNSS-ontvanger die GPS, GLONASS, Galileo en BeiDou tegelijk volgt — meer satellieten in zicht betekent een stabielere fix, ook bij gedeeltelijke obstructie van de horizon. De antennepositie wordt vooraf op millimeterniveau ingemeten, zodat de correctiestream verankerd is aan een bekende waarheid in plaats van een schatting. Cellulaire uplink en power zijn redundant uitgevoerd, zodat een korte storing geen gat in de stream slaat. Geen exotische uitzonderingen, geen vendor lock-in op het station zelf — als één station een trend laat zien, geldt dat eerlijk voor de rest.